HomeNieuwsSGP voor waterbusverbinding

SGP voor waterbusverbinding

SGP voor waterbusverbinding

Publicatiedatum: 13 feb. 2019

 

Waterbus Hollandse IJssel onvoldoende onderzocht

 

 

 

“De SGP-motie die het gemeentebestuur opdraagt onderzoek te doen naar de haalbaarheid van een waterbus tussen Gouda en Rotterdam is feitelijk niet uitgevoerd. Dat is teleurstellend”, zegt SGP-raadslid Harold Hooglander. De SGP wil, samen met SP en Gouda50+, dat wethouder Niezen alsnog de mogelijkheid van een waterbus op de Hollandse IJssel serieus gaat onderzoeken. “Van een GroenLinks-wethouder had ik wel een veel actievere opstelling verwacht voor deze duurzame vorm van mobiliteit”, aldus Hooglander.

 

 

 

In de motie, die bijna raadsbreed is aangenomen, werd de wethouder verzocht om samen met andere gemeenten en de provincie onderzoek te doen naar de haalbaarheid van een waterbus over de Hollandse IJssel. Dit onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Wel is er op basis van een ander lopend onderzoek over waterbusverbindingen de conclusie getrokken dat er onvoldoende vervoerswaarde zou zijn. Hierbij is echter alleen gekeken naar de reistijd per auto van Gouda naar Rotterdam in vergelijking met de reistijd over water. Alle tussenliggende plaatsen zijn niet in het onderzoek meegenomen. Dit verbaast de SGP. “De wethouder houdt er helemaal geen rekening mee dat vervoer over water veel duurzamer is dan met de auto.” Ook de provincie Zuid-Holland is een groot voorstander van personenvervoer over water. “De wethouder heeft zich er helaas te gemakkelijk van af gemaakt. Het onderzoek moet wat ons betreft alsnog plaatsvinden”, aldus Hooglander.

 

 

 

 

 

 

 

Noot voor de redactie:

 

 

 

Informatie:

 

-         Zie de gestelde art 38-vragen van 7 janurai 2019: https://www.gouda.nl/dsresource?objectid=ba713d65-097d-4446-a4e6-92ddc23f3466&type=org

 

-         Bijlage: samenvatting van de vervoerwaardestudie waterbus

 

 

 

Voor informatie of vragen kunt u contact opnemen met:

Harold Hooglander, raadslid SGP: harold.hooglander@gouda.nl of +31 (0)6 2507

 

Art. 38  vragen Waterbus

Ingediend 7 januari 2019

 

Op 20 september 2017 is een motie ingediend door SGP, mede namens GBG, SP, CDA en Gouda50+ en, op één partij na, raadsbreed gesteund. Hierin werd het college verzocht:

“In overleg te gaan met de gemeenten Krimpenerwaard en Zuidplas om te bewerkstelligen dat er bij de jaarlijkse herziening van het RVVP een onderzoek naar de mogelijkheid van een waterbusverbinding tussen Gouda en Rotterdam als prioriteit wordt toegevoegd.”

De raad van Gouda heeft daarna niets vernomen tot er in september 2018 de raad werd meegedeeld dat uit onderzoek zou zijn gebleken dat er onvoldoende vervoerswaarde is. De SP- en SGP-fracties hebben in de raadsvergadering van oktober gevraagd naar het rapport. Hiervan is op 29 oktober 2018 alleen een samenvatting naar de raad gestuurd.

De SGP-fractie heeft, samen met de fracties van SP en Gouda50+, de volgende vragen:

 

  1. Tijdens de beantwoording in de raad gaf de wethouder aan dat het onderzoek al eerder was afgerond. Op welke datum was dit? Kan het hele rapport naar de raad worden gestuurd? Antwoord: Het rapport is gedateerd 7 februari 2018 maar is het college in een later stadium ter beschikking gesteld. In het voorjaar van 2018 zijn de conclusies uit het onderzoek ambtelijk en bestuurlijk onderwerp van gesprek geweest. Het volledige rapport ‘Versterken van Personenvervoer over Water - Vervoerwaarde verbetering PoW-netwerk Zuid-Holland’ treft u als bijlage bij deze beantwoording aan.
  2. Bent u, met ons, van mening dat de raad niet proactief geïnformeerd is over de uitvoering van de motie? Had dat volgens u wel gemoeten? Antwoord: Vlak voor de zomer is het ambtelijke en bestuurlijke traject afgerond, direct na het reces is de raad over de stand van zaken mondeling door de portefeuillehouder geïnformeerd en is de aanbiedingsbrief en een samenvatting toegezegd. Gebleken is dat de motie (inclusief beantwoording en documentatie) noch op de openstaande noch op de afgehandelde lijst van moties voorkomt. De aanbiedingsbrief en een samenvatting van het rapport treft u als bijlage bij deze beantwoording alsnog aan. Het college is het u eens dat het pro-actiever was geweest de rapportage bij verschijnen ter kennisname aan de raad toe te sturen, maar dit doet niets af aan de conclusies uit de rapportage.
  3. Is het onderzoek gestart naar aanleiding van de motie? Zo ja, waarom staat de gemeente Gouda dan niet als opdrachtgever vermeld? Zo nee, welke pogingen heeft het college nog ondernomen om in het onderzoek de Hollandse IJssel als 10e corridor op te nemen? Antwoord: Op basis van de motie is aangehaakt bij het onderzoek naar de mogelijkheden voor de exploitatie van personenvervoer over water, uitgevoerd door MuConsult in opdracht van de regio Drechtsteden, Gemeente Rotterdam, MRDH, Havenbedrijf Rotterdam en provincie Zuid-Holland. Uit de resultaten van het (voor)onderzoek blijkt dat de kansen voor de verbinding Gouda-Rivium-Rotterdam zeer negatief zijn zoals ook blijkt uit de weergave in tabel 2.2 van de rapportage.Op grond hiervan is deze verbinding in het vervolgonderzoek niet verder uitgewerkt. Ons college onderschrijft deze conclusie, evenals de andere opdrachtgevers en regiogemeenten, en ziet geen aanleiding de corridor Gouda-Rivium-Rotterdam alsnog in een vervolgonderzoek op te nemen.
  4. Heeft het college contact opgenomen met de gemeenten Zuidplas en Krimpenerwaard en ook Capelle aan den IJssel waar een motie van gelijke strekking is aangenomen? Zo ja, wat was hiervan de uitkomst? Kan de raad inzicht krijgen in een schriftelijk verslag van dit overleg? Antwoord: In een bestuurlijk overleg binnen de regio Midden-Holland zijn, in aanwezigheid van Krimpenerwaard en Zuidplas, de resultaten van het onderzoek gedeeld. Daarbij is kennis genomen van de conclusie dat de verbindingen tussen deze plaatsen en Rivium-Rotterdam bij voorbaat niet kansrijk zijn, met name omdat personenvervoer over water niet concurrerend kan zijn met de auto en het bestaande aanbod van openbaar vervoer. Er heeft daaropvolgend geen nader overleg en geen schriftelijke vastlegging plaatsgevonden.
  5. Waarom staat in het overzicht (bijlage 2) van de Verplaatsingsfactor (VF-waarde) van personenvervoer over water t.o.v. de auto niet de tussenliggende plaatsen aan de Hollandse IJssel? Is dat niet onderzocht? Deelt de wethouder de stelling dat de waarde van bijvoorbeeld Ouderkerk aan den IJssel naar Rotterdam een lage VF-waarde heeft?Beantwoording: De tussenliggende plaatsen zijn onderdeel van de corridor Gouda Rivium-Rotterdam en daarmee ook van de totale VF-waarde op deze route. De betreffende gemeenten hebben de eveneens de conclusies van het onderzoek onderschreven en zetten niet in op een vervolg(onderzoek). 
  6. Is de conclusie juist dat personenvervoer van en naar de plaatsen tussen Gouda en Rotterdam beter met de auto kunnen blijven rijden i.p.v. met een duurzamere vorm van mobiliteit? Hoe past deze conclusie in de visie van dit college over verduurzaming van de mobiliteit? Antwoord: Uw conclusie of het beter is het traject met de auto af te leggen onderschrijft het college niet. Het onderzoek toont aan dat personenvervoer over water niet kansrijk is wanneer dit wordt afgezet tegen de veel langere reistijd ten opzichte van de auto. Nog belangrijker is het bestaande aanbod aan de mogelijkheden om op het traject Gouda-Rotterdam gebruik te maken van het bestaande openbaar vervoer (trein en bus). Omdat concurrentie tussen gesubsidieerde vervoersystemen maatschappelijk ongewenst en economisch inefficiënt is zet ons college niet in op een nieuwe verbinding over water maar in op een zo optimaal mogelijk aanbod en gebruik van het huidige openbaar vervoer, fietsenstallingen bij haltes en samenwerking met provincie en regiogemeenten voor de realisatie van een snelfietsroute Gouda-Rotterdam.
  7. Is het college bekend met de beleidslijn van de provincie Zuid-Holland om personenvervoer over water verder te stimuleren? In hoeverre sluiten de ambities van het college daarbij aan? https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/16716/a2_toekomstvisie_personenvervoer_over_water_definitief.pdf en https://www.zuid-holland.nl/actueel/nieuws/@22857/zuid-holland-verder/ 
    Antwoord: Het college is bekend met de visie en doelstellingen van de provincie waar het gaat om de ambities voor de mogelijkheden van personenvervoer over water. Het college deelt de conclusies uit het onderzoek, dat mede door de provincie is uitgevoerd, waaruit is gebleken dat een corridor met Gouda niet kansrijk is en is afgevallen.  
  8. Aangezien omliggende gemeenten en de provincie Zuid-Holland enthousiast zijn over personenvervoer over water en dat het onderzoeksrapport geen antwoorden geeft op de vervoersbehoefte van de plaatsen op de Hollandse IJssel, is het college bereid alsnog samen met andere gemeenten en provincie ervoor te zorgen dat in RVVP-verband een onderzoek wordt uitgevoerd? Antwoord: Net als Gouda en de provincie zien, voor zover bekend, ook de andere regiogemeenten geen aanleiding om verder in te zetten op personenvervoer over water. Nog afgezien van de fysieke inpasbaarheid van aanlegplaatsen, de bereikbaarheid daarvan en de financiële consequenties, constateren wij dat de verbinding over de IJssel geen meerwaarde heeft boven de bestaande OVverbindingen die daar nagenoeg parallel aan lopen. Het zal geen snelheidswinst en zeker geen kostenvoordeel voor reizigers opleveren. Als alternatief voor het autoverkeer terug zal vervoer over water dus niet concurrerend kunnen zijn ten opzichte van de bestaande goede openbaar vervoerverbindingen met Rotterdam. Momenteel wordt de concessie Waterbus Rotterdam-Drechtsteden uitgevoerd door de combinatie Aquabus, een samenwerkingsverband van Koninklijke Doeksen en Arriva. Deze concessie loopt tot 2022 en de provincie Zuid-Holland is inmiddels gestart met een onderzoek om het voortbestaan van personenvervoer over water vanaf 2022 veilig te stellen. In het voorjaar van 2019 zal de provincie daartoe een programma van eisen vaststellen en volgt een concrete uitvraag waarop belangstellende aanbieders zich kunnen inschrijven. Daarop vooruitlopend is Arriva aan het verkennen of zij nog mogelijkheden ziet om personenvervoer over water na 2021 te continueren en verder uit te breiden.
  9. Als uit dat onderzoek blijkt dat de reizigersbewegingen te laag zijn voor een reguliere Waterbus, is het college bereid om in dat onderzoek ook de mogelijkheid te bekijken van kleinschaliger personenvervoer over water? Antwoord: Hoewel een reguliere Waterbus al niet grootschalig van aard is, zal het college geen verder onderzoek doen naar andere vormen van personenvervoer over water. Zoals in de eerdere antwoorden is aangegeven zal het personenvervoer over water niet voldoende concurrerend kunnen zijn ten opzichte van de bestaande verbindingen die Gouda met Rotterdam heeft per trein, bus, auto (en fiets). Ook zal het exploiteren van een waterbus forse investeringen en exploitatiebijdragen vragen. Wanneer er marktpartijen zijn die er een haalbare businesscase in zien (eventueel aangevuld met recreatieverkeer) staat het college daar welwillend tegenover.

 

SGP – Harold Hooglander

SP – Lenny Roelofs

Gouda 50+ - Astrid van Eersel - Bezemer

 

Op woensdag 6 februari heet het college de bovenstaande vragen beantwoord. 

"Het college heeft antwoord gegeven op onze vragen over de waterbus. De antwoorden zijn zeer teleurstellend. Er is aangesloten bij een reeds lopend onderzoek waarbij de haalbaarheid van een waterbusverbinding over de Hollandse IJssel helemaal niet is onderzocht. Van een GroenLinks-wethouder had ik een ambitieuzere opstelling verwacht. Mij is gebleken dat er vanuit de vervoersbedrijven interesse is en hopelijk komen zij met kansrijke initiatieven. Jammer dat het college de boot dreigt te missen!", aldus Harold Hooglander in een reactie.