HomeNieuwsVragen over vergunningverlening warenmarkt

Vragen over vergunningverlening warenmarkt

Vragen over vergunningverlening warenmarkt

Publicatiedatum: 25 nov. 2019

                                                                                                  20 november 2019                 

Aan het college van B&W

Betreft: art.38-vragen mbt Vergunningverlening warenmarkt

 

Geacht college van B&W,


Op 1 januari 2020 krijgen gemeenten te maken met invoering van de nieuwe Europese wetgeving omtrent schaarse vergunningen voor economische activiteiten, zoals de warenmarkt. Nu in de rechtspraak duidelijk is dat schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd mogen worden verleend, is de vraag voor hoe lang de gemeente vergunningen gaat verlenen. Aangezien er geen voorgeschreven termijnen zijn, zullen de keuzes steeds per gemeente anders zijn. Dat zorgt bij ondernemers voor onzekerheid over het voortbestaan van hun bedrijf, dat terwijl ze vaak al generaties lang met hun bedrijf op de markt staan en vaak grote investeringen hebben gedaan die over langere periode moeten worden terugverdiend.

 

Conform artikel 38 van het Reglement van Orde, heeft de fractie van de SGP de volgende vragen:

  1. Sinds 2016 is bekend dat gemeenten hun vergunningensysteem moeten herzien voor 1 januari 2020. Waarom is dit niet eerder opgepakt, zodat aan de ondernemers van de warenmarkt tijdig duidelijkheid kon worden verstrekt?
  2. Deelt het college onze zorg, dat lokale familiebedrijven (soms met 50 jaar geschiedenis) dreigen te verdwijnen door dezen Europese regels die oorspronkelijk niet eens zijn bedoeld voor de ambulante handel, maar wel grote invloed kunnen hebben op het voortbestaan van deze sector (en de daarmee gepaarde werkgelegenheid en lokale bestedingen)?
  3. Deelt het college onze zorg dat de korte vergunningstermijnen leiden tot onzekerheid en tot uitgestelde investeringen en daardoor tot het minder goed functioneren van één van de beste warenmarkten van Nederland en dat verpaupering van de markt het gevolg kan zijn wat een negatief effect heeft op de uitstraling van de gehele binnenstad?
  4. Deelt het college onze zorg dat als de gemeente kiest voor korte vergunningstermijnen, dit leidt tot een zeer grote regeldruk voor de gemeente vanwege de verwerking van de vele vergunningaanvragen?
  5. Hoe kijkt het college aan tegen het voorstel van de warenmarkt om een overgangsperiode te hebben van 5 jaar, waarna vergunningen voor de duur van 15 jaar worden verstrekt? Neemt het college dit advies over? Zo niet, welk beleid wil het college dan gaan voeren ten aanzien van de vergunningsduur?
  6. Is verzelfstandiging van de markt een optie die wordt overwogen, indien er ondanks alles toch voor een kortere vergunningsduur wordt gekozen?
  7. Bent u bereid, zowel omwille van spoedige duidelijkheid voor de ondernemers als om als raad in de gelegenheid te zijn om eventueel op de raadsvergadering van 11 december een uitspraak te doen, deze vragen te beantwoorden voor 7 december 2019?
 
 
 
 
 
 

 

Ingediend door:

Harold Hooglander

SGP